Fiscale regeling inzake auteursrechten onder vuur

juli 18, 2021
Inkomsten uit auteursrechten voor zelfstandigen worden sinds 1 januari 2008 beschouwd als een zogenaamd roerend inkomen en dit tot een (bruto) bedrag van maximaal € 62.550 (bedrag geldig voor inkomstenjaar 2021). Daarenboven kunnen auteurs genieten van een belangrijk kostenforfait op het ontvangen inkomen. Het saldo is onderworpen aan een roerende voorheffing van 15% die rechtstreeks wordt ingehouden door de schuldenaar van het auteursrecht (bijvoorbeeld de uitgeverij).Sinds aanslagjaar 2013 moeten de inkomsten verplicht worden vermeld in de belastingaangifte, zelfs al is er correct roerende voorheffing ingehouden. Hierdoor wordt het belastingtarief verhoogd met de gemeentebelasting.

Wat zijn auteursrechten?

Het creatief werk van auteurs wordt beschermd tegen bijvoorbeeld het kopiëren of namaken zonder toestemming. Hierbij wordt meteen gedacht aan literatuur, kunst of muziek, maar de wettelijke definitie is veel ruimer.

Zodra er sprake is van “originaliteit” valt een werk onder auteursrechtelijke bescherming, daardoor kan het dus ook om bijvoorbeeld software of een marketingcampagne gaan.

Een auteur die iets met auteursrechtelijke bescherming creëert, zal de rechten in de praktijk vaak overdragen. Een klassiek voorbeeld is de schrijver die zijn publicatierechten van een boek verkoopt aan een uitgeverij.
In de praktijk gaat het vaak over werknemers die de rechten op het door hen ontwikkelde werk (denk aan de softwareapplicatie of marketingcampagne) overdragen aan de werkgever. Hiervoor krijgt de werknemer op zijn beurt een vergoeding voor de auteursrechten van de werkgever.

Auteursrechten worden vaak toegepast in volgende sectoren:

  • IT-sector: de ontwikkeling van softwareprogramma’s valt onder de bescherming van het auteursrecht. Het kan hierbij gaan om IT-consultancy (software op maat) of om softwareontwikkeling voor applicaties, platformen,… Opgelet! Niet alle IT-toepassingen worden als creatief werk gezien (bv. Excel-applicaties die door mensen binnen een bepaalde sector gebruikt worden).
  • Architectuur: architecten moeten de originaliteit van het bouwwerk kunnen aantonen om beroep te kunnen doen op auteursrecht.
  • Reclamesector: het creëren van content voor marketingcampagnes en het grafisch ontwerp krijgen auteursrechtelijke bescherming. Daartegenover staat het opstellen van projectfiches met tekst en foto’s van gerealiseerde projecten of het uitschrijven van bepaalde handleidingen over het bedrijfsproces van klanten. Beiden zijn volgens de rulingcommissie een weergave van de werkelijkheid, waar dus geen originaliteit aan te pas komt.
  • Journalistiek: het zorgde in het verleden voor heel wat discussies tussen de fiscus en de zelfstandige journalisten, maar ondertussen worden persartikels en –foto’s auteursrechtelijk beschermd. De originaliteit blijft hierbij wel doorslaggevend.

De fiscaal voordelige behandeling van auteursrechten

Het belastingtarief op de inkomsten uit auteursrechten bedraagt 15% voor de inkomstenschijf van 0 tot € 37.500 (€ 62.550 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2021).

De schijf auteursrechten boven de € 37.500 (€ 62.550 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2021) wordt beschouwd als beroepsinkomsten. Dit deel wordt toegevoegd aan de andere beroepsinkomsten en is onderworpen aan een belastingtarief per schijf.

Volgens het bericht van het Ministerie van Financiën voorziet de regeling het volgende systeem van forfaitaire kosten voor inkomsten geïnd in 2021:

  • 50% op de inkomstenschijf van € 0 tot € 16.680;
  • 25% op de inkomstenschijf van € 16.681 tot € 33.360;
  • boven de € 33.360 kunnen er geen forfaitaire beroepskosten meer worden afgetrokken.

Voorbeelden ter illustratie (voor inkomsten geïnd in het jaar 2021)

Een auteur ontvangt € 14.000 auteursrechten

In dit geval bedragen de onkosten € 7.000 (€ 14.000 x 50%).

Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus € 7.000 (€ 14.000 – € 7.000 onkosten).

De auteur zal dus € 1.050 belasting betalen (€ 7.000 x 15%).

Een auteur ontvangt € 25.000 auteursrechten

In dit geval bedragen de onkosten € 10.420 volgens volgende berekening:

  • € 16.680 x 50% onkosten op de eerste schijf = € 8.340
  • € 8.320 x 25% onkosten op de tweede schijf = € 2.080

Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus € 14.580 (€ 25.000 bruto inkomsten – € 10.420 onkosten). De auteur zal dus € 2.187 belasting betalen (€ 14.580 x 15%).

Een auteur ontvangt € 35.000 auteursrechten

In dit geval bedragen de onkosten € 12.510 volgens de volgende berekening:

  • € 16.680 x 50% onkosten op de eerste schijf = € 8.340
  • € 16.680 x 25% onkosten op de tweede schijf = € 4.170
  • Geen aftrek op de schijf boven € 33.360

Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus € 22.490 (€ 35.000 bruto inkomsten – € 12.510 onkosten). De auteur zal dus € 3.373,5 belasting betalen (€ 22.490 x 15%).

Er moeten wel nog lokale belastingen (gemeentebelasting en/of agglomeratietaksen) worden toegevoegd aan dit tarief wanneer de auteur deze inkomsten aangeeft in zijn belastingaangifte.

Waarom liggen auteursrechten onder vuur?

Het fiscale systeem van auteursrechten werd in 2008 in het leven geroepen, toen vooral voor artiesten die een werk creëren over meerdere jaren heen. Ondertussen wordt het systeem al in heel wat verschillende sectoren toegepast. De aangiften auteursrecht in de personenbelasting zijn de laatste 10 jaar vertienvoudigd. Minister van Financiën Vincent Van Peteghem wil nu het toepassingsgebied van de auteursrechten opnieuw definiëren.

  • Het creatief werk van auteurs wordt beschermd tegen kopiëren dankzij het auteursrecht, het toepassingsgebied ervan is door de jaren heen veel ruimer geworden.
  • Inkomsten uit auteursrechten worden door de fiscus als een roerend inkomen beschouwd. Hierop moet 15% roerende voorheffing worden betaald en slechts een deel van de ontvangen auteursrechten worden belast. Tevens zijn hierop geen sociale bijdragen verschuldigd. De belastingdruk op auteursrechten is dan ook slechts een peulschil in vergelijking met de parafiscale druk op loon.
  • Er zijn nog geen concrete gevolgen, maar de vermelding van Minister van Financiën Vincent Van Peteghem in het fraudeplan doet vermoeden dat de minister het toepassingsgebied opnieuw wil definiëren en dus verkleinen.

Het auteursrecht verliest op vandaag vaak zijn oorspronkelijke bedoeling en wordt gebruikt om loonpakketten te optimaliseren en op basis hiervan mensen aan te trekken. In de tekst van het fraudeplan wil de Minister van Financiën Vincent Van Peteghem alvast de misbruiken met vergoedingen via auteursrechten aanpakken door te stellen dat beroepsinkomsten die geen werkelijke creatie zijn van artistieke werken, niet meer in aanmerking zullen komen.

Indien hierover verdere vragen, aarzel niet om uw dossierbeheerder hierover aan te spreken.

 

© 2021 D&V Bedrijfsadviseurs I site door iChicks