Roerende voorheffing 2017

januari 3, 2017

Roerende voorheffing: welke tarieven zijn van toepassing sinds 01/01/2017?

Het standaardtarief ‘roerende voorheffing’ op intresten en dividenden bedraagt sinds 01/01/2017 30%. Daarnaast kennen we ook nog enkele verminderde roerende voorheffingen. Weet u nog welk tarief van toepassing is?

Met de tax shift wil de regering de belasting op inkomsten uit arbeid verlagen en inkomsten uit privévermogen meer belasten. Daarom heeft de regering op 1 januari 2016 het standaardtarief voor dividenden van 25 naar 27% verhoogd. Sinds 1 januari 2017 werd dit tarief verder opgetrokken tot 30%. Hierna gaan we na hoe het zit voor enkele speciale regelingen waarbij de roerende voorheffing lager is. Wat is er vanaf 1 januari 2017 veranderd?

Vvpr-bis-regeling

Deze regeling geldt voor wie een vennootschap heeft opgericht sedert 1 juli 2013 of het kapitaal van de vennootschap heeft verhoogd in ruil voor nieuwe aandelen op naam (volledig volstort). U kunt de dividenden op deze aandelen tegen een lager tarief dan het standaardtarief uitbetalen, afhankelijk van het moment van uitkering.

Op dividend van het eerste boekjaar na de oprichting of inbreng betaalt u sinds 01/01/2017 30% belasting. Voor het tweede boekjaar geldt een tarief van 20%. Voor het derde boekjaar dat volgt op de oprichting of inbreng van het kapitaal betaalt u 15% belasting.

Bijkomende voorwaarde: de aandeelhouder blijft ononderbroken eigenaar van de aandelen.

Uitkering liquidatiereserve

De wachtperiode voor de uitkering van een liquidatieperiode blijft vijf jaar. Na die vijf jaar kunt u uw vennootschapswinst uitkeren tegen 15% (in feite 13,64%). De overheid heft een belasting van 10% op het ogenblik dat u de liquidatiereserve aanlegt en nog eens 5% op het moment van uw dividenduitkering.

Wanneer de dividenduitkering binnen de 5 jaar plaatsvindt vanaf het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de boeking op de liquidatiereserve is gebeurd, zal vanaf 1 januari 2017 20% roerende voorheffing moeten worden ingehouden (i.p.v. 17%). Dit hogere percentage is enkel van toepassing voor de ‘nieuwe reserves’ die zijn opgebouwd vanaf 1 januari 2017.

Bij een latere vereffening van de vennootschap is op de liquidatiebonus die afkomstig is van deze bijzondere reserverekening, geen roerende voorheffing meer verschuldigd. De door de vennootschap eerder betaalde heffing van 10% zal in dat geval de enige heffing zijn over deze liquidatiereserves.

Uitkering kapitaal n.a.v. ‘interne vereffening’

Heeft uw onderneming reserves in het kapitaal ‘vastgeklikt’ tussen 1 juli 2013 en 30 september 2014 dan heeft u op dat moment 10% roerende voorheffing betaald. Opdat u geen bijkomende roerende voorheffing op het moment van uitkering zou moeten betalen, dient u enkele regels in acht te nemen.

Voor ‘grote vennootschappen’ bedraagt de wachttermijn 8 jaar, voor ‘kleine’ vennootschappen bedraagt deze 4 jaar. De wachttermijn wordt berekend van dag tot dag, vertrekkende van de datum van de authentieke akte van de kapitaalinbreng.

Voor ‘grote vennootschappen’ is een roerende voorheffing van 17% (15% tot 31/12/2016) verschuldigd indien een kapitaalvermindering plaatsvindt tijdens de eerste vier jaar na de inbreng. Dit percentage daalt tot 10% indien de kapitaalvermindering plaatsvindt tijdens het vijfde en zesde jaar en tot 5% tijdens het zevende en achtste jaar na de inbreng.

Voor ‘kleine vennootschappen’ is een roerende voorheffing van 17% (15% tot 31/12/2016) verschuldigd indien een kapitaalvermindering plaatsvindt tijdens de eerste twee jaar na de inbreng. Dit percentage daalt tot 10% indien de kapitaalvermindering plaatsvindt tijdens het derde jaar en tot 5% tijdens het vierde jaar na de inbreng.

© 2021 D&V Bedrijfsadviseurs I site door iChicks